donderdag 29 november 2007

Detentieboten dicht?

Hallo allemaal,

Vanavond ook gekeken naar Journaal?
Dan lijkt het meteen alsof de detentieboot binnen no time dichtgaat.
Zo is het nu ook weer niet. Hieronder de letterlijke tekst van Albayrak in haar rede bij de opening van het vreemdelingen-detentiecentrum in Alphen a.d Rijn
Voor zover het de boot betreft.
Ik schrijf dit o.a. ook meteen omdat er geen misverstand moet ontstaan i.v.m. de kerstattenties: die blijven vanuit Schiedam echt nog wel ter zake.
Dit jaar wordt de boot écht nog niet gesloten!

Groet

Willem van Wieren



Letterlijke tekst van betreffende gedeelte uit rede Albayrak:



Met dit detentiecentrum en de nieuwe platforms in Zaandam erbij hebben we nu voldoende structurele capaciteit om het schommelende aanbod van strafrechtelijke detentie en vreemdelingenbewaring op te vangen. Dat is een belangrijk resultaat. Wie herinnert zich nog de commotie eind jaren negentig toen gedetineerden werden heengezonden door plaatsgebrek? Die tijd ligt gelukkig achter ons. Dit is mede te danken aan de inspanningen van de directie Bijzondere Voorzieningen van DJI. Een dikke duim.

Verschillende landen om ons heen kampen nog wel met capaciteitstekorten. Zo heeft het Verenigd Koninkrijk ons onlangs benaderd om eventueel één of meer van onze detentieboten over te nemen. De gesprekken vinden nu nog plaats, maar het lijkt erop dat we de Engelsen de helpende hand kunnen bieden. Dit betreft in de eerste plaats de Reno, de kleine detentieboot in Rotterdam. Daarnaast gaan we onderzoeken of ook de tweede boot in Rotterdam waarvan de ligvergunning toch al medio 2009 afloopt, overgedragen kan worden. Dit wordt een grondig onderzoek naar de capacitaire, personele en financiële gevolgen van zo’n overdracht, bezien in het licht van de nieuwste meerjarige prognoses. We willen natuurlijk zuinig omgaan met de capaciteit die we in de afgelopen jaren met zoveel inspanning en zorgvuldigheid hebben opgebouwd. Overigens zal zo’n overdracht alleen mogelijk zijn met instemming van de eigenaar.

zaterdag 24 november 2007

Nieuwe vormen van barmhartigheid...


Anna Chojnacka schrijft:
Er wordt hard gewerkt aan de oprichting van een nieuwe vereniging; de 1procentclub.org . Enerzijds zet je 1 procent van je inkomen in om talent in ontwikkelingslanden een kans en een boost te geven; anderzijds draag je bij dat we met een enorm leden aantal invloed kunnen uitoefen op politieke besluitvorming en zo een paar misstanden kunnen rechtzetten. Dus daar ben ik voorlopig mee bezig. Kom langs en doe mee op www.1procentclub.org.

donderdag 22 november 2007

Kerstattenties voor de bewoners van de bajesboot

Vanuit de Geestelijke Verzorging op de detentieboot kwam het verzoek binnen: willen jullie in het kader van jullie project er voor zorgen dat er met kerst een attentie is voor de mensen die vastgezet zijn op de detentieboten? Natuurlijk hebben we hier graag ‘ja’ op gezegd!
Het is een passende vorm van barmhartig zijn en een signaal van buitenaf: we denken aan jullie!
De bedoeling is dat we met elkaar zorgen aan ca. 330 (huidig aantal gedetineerden aan boord, Christenen, Moslims, Hindu etc.) kleine kerstattenties, voorzien van een kaart in drie talen waar mensen zelf ook nog een groet op kunnen zetten. Het zou helemaal geweldig zijn als we er voor elke gedetineerde een telefoonkaart à € 10 bij zouden kunnen voegen.
Daarom nodigen we ieder die dit leest uit om hier een financiële bijdrage aan te geven, op rekening 231995 van Centrale Diaconie Gereformeerde kerk Schiedam o.v.v. ‘Kerstattentie gedetineerden op boot’.
Als je daar een korte groet bij schrijft, nemen we die mee in de attentie die wordt aangeboden.
Het is de bedoeling om op de zaterdag vóór de kerst deze attenties persoonlijk aan te bieden.
Namens de voorbereidingsgroep,
Ds. Willem van Wieren

dinsdag 20 november 2007


Een aardige groep van ruim een tiental mensen luistert op maandag 19 december in de Ark geboeid naar Aad de Waard, vrijwilligerscoördinator bij Exodus Rotterdam. Hij vertelt ons over het werk van de stichting Exodus. De stichting werkt op het grensvlak tussen Justitie en samenleving. In de exodushuizen wonen ex-gedetineerden. Die worden daar in een strak, maar menselijk regime getraind op het weer gaan functioneren in de samenleving. Soms wordt het verblijf in een exodushuis door de rechter opgelegd. Soms komt men daar op eigen initiatief. In ieder geval moeten bewoners van Exodus uit de criminaliteit willen blijven. Dat is niet zo simpel als het lijkt. Meer dan 70 procent van alle gedetineerden loopt vroeger of later weer tegen de lamp. Het is heel moeilijk om uit de cirkel van de criminaliteit te breken. Zeker in deze tijd, nu het straffen van criminelen zo de nadruk krijgt boven herintegratie en preventie.

Exodus is een effectieve organisatie. Onder leiding van de Leidse penoloog (strafkundige) prof. dr. mr. Martin Moerings vond een onderzoek plaats naar de effectiviteit van Exodus. Daarbij stonden twee vragen centraal: lukt het Exodus om bij te dragen aan de resocialisatie van (ex)gedetineerden en lukt het Exodus om de recidive terug te dringen?
De conclusies waren positief. Van de bewoners die bij Exodus worden begeleid, rondt ruim een derde het programma succesvol af. De rest stroomt negatief uit, een meerderheid vanwege drugsgebruik. Vanaf 2002 is er een jaarlijkse stijging van de succesvolle uitstroom. Van 28% in 2003 naar 45,5% in 2006. De betekenis van Exodus voor de bewoners is echter ruimer dan wat uit de uitstroomcijfers blijkt. Uit interviews met de onderzoeksgroep blijkt dat zowel de negatief als de positief uitgestroomden de begeleiding van Exodus waarderen als een positieve, zinvolle invloed op hun leven.
De bewoners die het Exodusprogramma hebben gevolgd vallen gemiddeld veel minder terug in de criminaliteit dan gemiddeld (43% versus 70%). Van de bewoners die het Exodusprogramma afronden, valt 82% niet terug in crimineel gedrag. Opmerkelijk is dat bewoners die relatief lang bij Exodus verblijven minder recidiveren dan zij die er kort verblijven, ook als zij formeel negatief uitstromen.

Wat is het geheim van de aanpak? Dat blijkt vooral uit de praktijkverhalen van Aad de Waard. Het hart van de zaak is dat iemand zich vrijwillig bekommert om de gevangene. Niet vanuit enig belang, maar gewoon. Dat ‘gewoon’ is bij Exodus geïnspireerd door Christus. En dat pakt soms verrassend uit. Waar professionals geen contact maken, kan een vrijwilliger dat vaak wel.
Een vrijwilliger doet dingen niet uit berekening, maar omdat het goed is. ‘Je brengt de kinderen naar hun vader in de gevangenis’. De moeder brengt dat niet op – waarom? Allerlei redenen, pa zit niet voor niks... Maar een vrijwilliger hoeft dat niet te weten en gaat ‘gewoon’ met de kinderen naar hun vader omdat dat goed is voor alle partijen. Een professional en een ambtenaar kan dat niet maar zo doen, dat moet gemotiveerd en verantwoord worden. Iemand die bewogen wordt door de gevangen doet dat wel.
Aan het eind van de avond tellen we onze knopen: de verhalen spreken aan, maar wat doen wij? Als kerk? Als individu? Enkele mensen zullen persoonlijk contact zoeken met Exodus. En wij gaan eens nadenken of wij soms een kerk met stip willen worden: een kerk waar ex-gedetineerden nadrukkelijk welkom zijn. Wat zijn de consequenties? Daarover hoort u meer.

zaterdag 17 november 2007

Indrukken van café Babylon op 15 november 2007

In Café Babylon zit een klein groepje gasten. We zetten niet in op een scherp stelling nemen in het thema: "Bajesboten, onmenselijk?!". Samen - acht personen - gaan we rond de tafel zitten. Zo kunnen we elkaar in de ogen kijken.
Het eerste woord is aan mensen die één of meerdere keren aan de wake hebben deelgenomen: wat heeft hen bewogen om aan de wake deel te nemen?
Iemand vertelt hoe hij zelf mensen van de straat in zijn huis had opgenomen - "je kan iemand toch niet op straat laten lopen". Het waren spannende maar ook teleurstellende ervaringen. Maar bij de mensen die opgesloten worden op de asielboten wist hij: daar moet ik ook bij zijn. Anderen vertellen hoe zij er ooit toe kwamen om een vluchteling, illegaal in Nederland verblijvend, toch thuis opgenomen hadden - "als je hoort wat mensen meegemaakt hebben, dan doe je dat".
Die vluchteling, beschadigd als hij door zijn ervaringen was heeft uiteindelijk toch een plekje gevonden in de nederlandse samenleving.
Weer een ander: Mensen die geen kant op kunnen zo oplsuiten, dat kan toch niet; ook al kunnen we het niet veranderen, we moeten dat blijven laten horen - "zo wilde ik ook laten horen, dat kernwapens de wereld uit moesten en deed ik mee bij de wakes op Het Binnenhof."
Aan tafel was er ook iemand die van mening is dat vluchtelingen die zonder papieren naar Nederland komen toch geen echte vluchtelingen zijn, maar gelukszoekers. Die mag je opsluiten tot ze terug naar het land van herkomst (kunnen) gaan. Zo kwamen we met ons gesprek niet echt de bajesboten binnen om te zien of het regime daar onmenselijk is. Meer spraken we over onze (on)wil om mensen die een toevlucht in ons land zoeken open tegemoet te treden. Van de ene kant deed het me goed om zo, in alle openheid met elkaar te kunnen spreken, maar er was ook de pijn te horen dat mensen die actief in het kerkelijke leven meedoen zo over vluchtelingen en illegalen denken. Het is belangrijk dat mensen die naar ons toekomen barmhartigheid kunnen ervaren.

Op 18 november a.s. is er weer een wake. Daar wil ik weer bij zijn.

Jan Jetse Bol
A C H T E R G R O N D M A T E R I A A L
zien en onbewogen blijven

wet en barmhartigheid

Vreemdelingenrecht

Volgens de definities van VN zijn vluchtelingen "mensen die gevlucht zijn vanwege vervolging, gebaseerd op ras, religie, nationaliteit, sociale groep of politieke mening". In de praktijk worden alle vluchtelingen door overheden eerst tot "asielzoekers" of "economische vluchtelingen" bestempeld.

Wereldwijd wordt vervolgens slechts een heel klein deel van de asielzoekers erkend als vluchteling die volgens het vluchtelingenverdrag moet worden toegelaten. "Economische vluchtelingen die alleen maar komen voor een beter leven, hoeven we geen verblijfsvergunning te geven", luidt dan de redenering.

Wat houdt de mens in leven... ?

Incident - dialoog in de 2e kamer

Vraag 1.
Kent u het bericht over Somalische asielzoekers die onlangs door Nederland werden uitgezet en kort na hun terugkeer zijn vermoord?

Antwoord.
Ja.
Ik hecht eraan te melden dat deze informatie niet juist is. In het bericht wordt de suggestie gewekt dat een tweetal Somalische vreemdelingen (waarvan één behorende tot een etnische minderheid) door toedoen van de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) in mei 2004 in Mogadishu terecht is gekomen. Navraag bij Amnesty International Nederland heeft geleerd dat slechts één van de omgekomen Somalische vreemdelingen door de Nederlandse overheid in oktober 2003 is uitgezet. Deze vreemdeling behoorde tot een meerderheidsgroep en stond bij de IND onder een andere naam geregistreerd.
Vraag 2.
Gaat u een onderzoek instellen naar de oorzaak van het overlijden van de asielzoekers? Zo ja, gaat u zorgdragen voor onafhankelijke onderzoekers? Bent u bereid de Kamer zo spoedig mogelijk te berichten over de uitkomst van het onderzoek?

Antwoord.
Vooralsnog zie ik onvoldoende aanleiding om een dergelijk onderzoek in te stellen. Alleen in uitzonderlijke gevallen ben ik bereid de situatie van betrokkenena terugkeer te onderzoeken, zulks in samenwerking met het Ministerie vanBuitenlandse Zaken. Dit kan alleen op basis van voldoende betrouwbaar enconcreet geachte signalen die bovendien verband houden met feiten en omstandigheden die in de asielrechtelijke procedure van betrokkene inNederland aan de orde zijn geweest. Voor de beslissing om zo'n onderzoek aldan niet in te stellen bestaan geen algemene richtlijnen, omdat het hiergaat om individuele gevallen die onderling sterk kunnen verschillen. Voor het onderhavige geval geldt dat zelfs indien zou blijken dat de betrokken vreemdeling van het leven is beroofd in Mogadishu, er mijns inziens, alleen al vanwege het tijdsverloop tussen de uitzetting en het zich voordoen van het betreurenswaardige feit, geen verband bestaat met het terugkeerbeleid. De betreffende vreemdeling is tijdens zijn uitzetting in het bezit gesteld van een vliegticket waarmee hij het veilige gebied in Somalië kon bereiken. Waarom hij in Mogadishu is uitgestapt of zich later vanuit het veilige gebied naar Mogadishu heeft begeven, is onbekend. Dit alles biedt onvoldoende aanleiding om op grond hiervan een onderzoek in te stellen.

Vreemdeling bij uitzetten steeds gewelddadiger

dinsdag 10 oktober 2006 14:38

Steeds vaker moet de marechaussee mee in het vliegtuig om uitgezette vreemdelingen in bedwang te houden. In 2005 ging het om één op de zes verwijderingen, ruim 2.000 in totaal.

Bij die 2.000 moest de marechaussee in meer dan de helft van de gevallen, 1.152 keer, dwangmiddelen gebruiken, zoals plastic handboeien of banden om de armen.
De cijfers komen van televisieprogramma Netwerk, dat vanavond een uitzending wijdt aan 'het uitzettingsbeleid in de praktijk'. De verslaggever van Netwerk spreekt ook met een voormalig medewerker van de marechaussee.

Handen vol

Volgens de ex-marechaussee zijn de uit te zetten vreemdelingen in veel gevallen moeilijk in bedwang te houden. Ze schoppen of slaan, spugen, smeren zichzelf in met poep of verwonden zichzelf. De marechaussees hebben er hun handen vol aan.
Zo vol dat zij in meer dan de helft van de geëscorteerde uitzettingen besluiten de vlucht af te breken. In 2005 gebeurde dat 2.290 keer. In 220 gevallen besloot de gezagvoerder van de vlucht, op basis van informatie van de marechaussee, de vreemdeling te weigeren.

Volgens woordvoerder Eric Vermeulen van de Koninklijke Marechaussee moeten er doorgaans drie marechaussees mee met één vreemdeling. Vermeulen bevestigt dat de marechausse dwangmiddelen mag gebruiken. 'Maar wij proberen altijd de-escalerend te werk te gaan, en de vreemdelingen zoveel mogelijk gerust te stellen. De procedures liggen vast.'

Door Bas Benneker

Werkwijze uitzetting Schiphol aangepast

Woensdag 29 augustus 2007 - AMSTERDAM - De minimumleeftijd van begeleiders van de Koninklijke Marechaussee die vreemdelingen uitzetten, wordt verhoogd van twintig naar 23 jaar. Het ministerie van Defensie hoopt zo mensen met iets meer levenservaring in te kunnen zetten, die ook meer gezag hebben tegenover autoriteiten in het buitenland.

Minister van Defensie Van Middelkoop reageert met deze eerste maatregel op een gisteren verschenen rapport van de commissie die toezicht houdt op uitzettingen door de marechaussee. Die constateert dat de escorts soms wel erg jong zijn. Ook moeten vreemdelingen soms uren wachten zonder toegang tot een toilet, eten of drinken. Ze raken daardoor volgens de commissie onnodig opstandig en gestresst.

Wel is duidelijk dat er bij de uitzettingen slechts incidenteel te veel geweld wordt gebruikt. De regels zijn niet altijd duidelijk. Als een vreemdeling in het vliegtuig blijft schreeuwen, gebeurt het wel eens dat de escorts van de marechaussee hem met het hoofd tegen de rugleuning van de stoel ervoor duwen om het geluid te dempen. Dat is niet expliciet verboden, maar voor de commissie is het onacceptabel.

Justitie zegt toe vreemdelingen voortaan eten te geven voor ze naar Schiphol gaan. En als ze daar langer moeten wachten dan voorzien, krijgen ze ook daar een maaltijd.

Wanneer neutraliteit een zonde wordt...

Verzet - citaat uit de toespraak van Geert Mak, gehouden op 4 mei 2004

Veel mensen hebben moeten wennen aan het idee van verzet. Het waren brave burgers die er pas gaandeweg van overtuigd raakten dat hier alle grenzen werden overschreden. 'Het algemeen verbreide besef dat je voor geweld niet wijkt maar je ertegen verzet is van nu, van achteraf, niet van toen,' schreef Primo Levi, de grote Italiaanse chroniqueur van de concentratiekampen. En, laten we eerlijk zijn, bij velen is dat besef nooit gekomen. Ze keken niet, of ze keken weg. En ze weigerden dat kwellende dialoog met zichzelf aan te gaan, omdat hun rust, hun loopbaan, en een ordelijk verloop der dingen voor hen zwaarder wogen.

Diezelfde Primo Levi heeft ooit zijn relatie beschreven met een Duitse collegachemicus, waarmee hij in Auschwitz nauw samenwerkte. Ze deden dezelfde proeven, overlegden als gelijken over de vragen van hun vak, en er was maar één verschil tussen beiden: Levi zat 's avonds binnen het prikkeldraad en zijn collega erbuiten. Deze Oberingenieur zei later dat hij van de gaskamers niets had geweten, hij had er nooit iemand naar gevraagd. 'Hij trakteerde zichzelf niet op leugens,' schreef Levi, 'maar op lacunes, blanco spaties.'

De voorbeelden kennen we allemaal, ook uit onze eigen geschiedenis. Ik noem er één. Al voor de oorlog, in februari 1934 werd een jeugdige Duitser, een zekere Herbert Frahm, in Laren opgepakt, toen hij daar met een internationaal gezelschap van vervolgde linkse jongeren bijeen-kwam om een antwoord te zoeken op de almaar toenemende nazi-terreur. Ze werden bij de grens van Zevenaar door de Nederlandse politie keurig aan de Gestapo overgedragen, de meesten verdwenen voorgoed. Blanco spaties. Alleen Herbert Frahm ontsprong de dans, Noorwegen stelde zich voor hem garant, en later zou hij, onder een nieuwgekozen naam, uitgroeien tot een van Europa's grootste staatslieden: Willy Brandt.

Barmhartigheid en de binding aan een groep

Onbarmhartigheid en het geweten van Eichmann; Hannah Arendt

Hannah Arendt schrijft in haar boek Eichmann in Jerusalem over de schokkende gewoonheid van de ambtelijke baas van de Jodentransporten. Die zag en wist alles, maar bleef onbewogen en effectief de mensen die buiten de orde waren verklaard transporteren naar de vernietingsplekken.

Behalve een ongewone ijver om alles te doen wat bevorderlijk kon zijn voor zijn carrière bezat hij [Eichmann] in het geheel geen motieven. En ook deze ijver was op zichzelf nog geenszins misdadig; hij zou beslist nooit een van zijn superieuren hebben vermoord om op diens stoel te komen. [...] Hij was niet dom. Het was in zekere zin pure gedachteloosheid – heel iets anders dan domheid – die hem ervoor predisponeerde een van de grootste misdadigers van zijn tijd te worden.”

Arendt vraagt zich af of Eichmann last had van zijn geweten of zich voor die stem van het geweten afsloot. Zij komt tot de conclusie dat Eichmann de stem van zijn geweten had vervangen door de stem van zijn opdrachtgevers. Hij verkeerde in een toestand waarbij "de stem van het geweten in hem precies zo sprak als de stem van het Duitse establishment". Dat was precies zoals dat Duitse establishment het wilde. Ze verwijst naar de beruchte toespraken die Himmler in oktober 1943 in Posen hield voor hooggeplaatste SS'ers en nazi's. Himmler hield de aanwezigen voor: “dat de jodenuitroeiing een geweldige, unieke taak was die zware eisen aan hen stelde; dat ze verre van gemene boeven, geboren sadisten of anderszins perverse figuren waren, maar normale mensen".

Dat heeft Eichmann geloofd – meent Arendt. En daarmee werd de zwaarte van de taak van de dader het object van erbarmen. Het springende punt is niet zozeer dat Schreibtischtäter als Eichmann “hun 'normale geweten' het zwijgen kunnen opleggen, als wel hoe men hen kon bevrijden van de 'animalische Mitleids-reacties' die vrijwel elk normaal mens bij de aanblik van fysiek lijden te zien geeft."

Dat medelijden in statu nascendi werd door Himmler "als het ware in omgekeerde richting gestuurd en in plaats van op anderen op de eigen persoon gericht; zodat een moordenaar, wanneer hij weer eens de gruwelijkheid van zijn daden besefte, niet meer [dacht]: wat doe ik eigenlijk?!, maar: Wat ik bij de vervulling van mijn verschrikkelijke plicht niet allemaal moet doorstaan". Medelijden wordt zelfmedelijden – (mede)lijden voor de goede zaak van de machthebbers.

De man die alles zag